De stemmen van Radio Awards 2005 zijn geteld, de teerling is geworpen. De winnaars zijn weer bekend, de lijsten gepubliceerd en geïnterpreteerd. Nu de huldigingen nog op 7 mei in Antwerpen. In afwachting kijken we terug op het stemgedrag door de jaren en meten wie er als omroep het best naar voren kwam. Verkiezingen zijn vandaag niet meer zoals gisteren, snelle en moderne communicatie maakt bepaalde invloed op het stemgedrag mogelijk. De Radio Awards kunnen echter proberen voor te blijven op dergelijke invloed, de verkiezing van morgen zal er daarom anders uitzien.
HET NAAKTE STEMGEDRAG
Toen RadioVisie in 2003 een eerste keer de Radio Awards organiseerde was dat niet alleen een eerste verkiezing met waarschijnlijk ook kinderziektes. Na drie jaar zijn niet alleen de categorieën toegenomen, het bezoekersaantal op de website én het aantal stemmen zijn tevens zowat verdriedubbeld. Uiteraard is zoiets merkbaar in de eindcijfers. De verbreding van het publiek en de uitbreiding van categorieën zouden echter ook een dieper en beter beeld moeten geven van de radiowereld.
Natuurlijk zullen sommigen wel hun best doen om zoveel mogelijk stemmen te ronselen. Dergelijke positieve manipulatie is niet verboden, het hoort vandaag bij élke stemming. Zolang slechts één stem per geldig emailadres wordt uitgebracht is er niets verkeerds aan. In feite heeft iedere genomineerde de mogelijkheid om vrienden op te trommelen, smeekbrieven via mailing te versturen. Een organisatie kan daarbij énkel toezien op de juiste toepassing van het reglement.
Voor de Radio Awards 2005 werden op die manier 5% (of zo’n 750) stemmen ongeldig bevonden, meestal wegens ongeldig emailadres. Natuurlijk kan RadioVisie moeilijk controleren of iemand snel een paar adressen heeft bijgemaakt, bepaalde providers laten dat op een eenvoudige manier toe. Niemand zal echter de persoonlijke computer helemaal overhoop hebben gehaald om te proberen een verkiezing te winnen. Er kan dan ook uitgegaan worden van eerder uitzondering dan regel, eerder een kleine minderheid dan veelvuldigheid.
Vriendendiensten zijn een ander verhaal. In een éénmalige verkiezing kan dit doorslaggevend zijn, zeker in de lokale categorieën. Toch is dat niet verkeerd. We hebben allemaal wel eens een email ontvangen van een of andere verkiezing, met het verzoek om een stem uit te brengen en eventueel een prijs te winnen. Velen zullen ook wel eens een verzoek van een genomineerde hebben gehad, misschien zelfs een verzoek via mailing of nieuwsbrief. Uiteindelijk moet de ontvanger van dergelijke verzoeken zélf nog het initiatief nemen om te stemmen naar eigen voorkeur.
Het viel tenslotte op dat niet iedereen voor elke categorie stemde. Waarschijnlijk waren dat de gerichte stemmen, de vriendendiensten. Zij bepaalden mogelijk een accent in de categorie waarvoor ze wel stemden, ze hebben echter geen invloed gehad op het geheel. Algemeen kan dus gesteld worden dat de verkiezing Radio Awards ook in 2005 een juiste waardemeter was binnen het huidig stemgedrag.
We mogen namelijk niet vergeten dat juist de radiopersoonlijkheid van 2005, Wim Oosterlinck, een meester bleek in het laten manipuleren van een stemming. Hij slaagde erin om Eva Pauwels in de verkiezing van Grootste Belg te krijgen. Al werd zij uiteindelijk – terecht – binnen het reglement niét weerhouden. Wim Oosterlinck gebruikte bijvoorbeeld ook zijn kippensoepactie niet voor mailing over de verkiezing naar de deelnemende verkopers. Ik kan dat persoonlijk bevestigen, want ik was ‘registratie nr. 85’. Niét.
WIE IS DE BESTE PARTNER IN DRIE JAAR ‘VRIJEN’ OP DE RADIO?
Als we de winnaars van 2003, 2004 en 2005 per omroep met elkaar vergelijken, krijgen we een heel ander beeld dan de stijgende of dalende waarde per jaar van het individu. Eerder al werd hier de waarde van dat individu, én de herwaardering van de personality toegelicht. Terecht. Radio ís personality, de ‘aai’-factor’ wordt niet onterecht beloond. De ‘sensatie-factor’ speelt echter ook mee – jammer genoeg – gelukkig is dat maar zij het tijdelijk.
Ik vergelijk de winnaars per jaar in het totaal, niét het individu of de categorie. Uiteraard zijn de lokale radio’s per provincie niet inbegrepen in deze vergelijking, ze zouden slechts een deelvergelijking zijn. Anderzijds zijn de categorieën waarin zij wel algemeen konden meedingen opgenomen als ‘andere’.
De politiek scoorde slechts éénmaal als winnaar in de Radio Awards. Het was in 2003, vandaag klinkt dat waarschijnlijk anders. Ik voegde VRT Nieuws en Sporza samen, het zijn de onafhankelijke informatiebalken van de openbare omroep. In deze samengevoegde categorie heeft niet iedereen een kans, vele omroepen laten bijvoorbeeld het sportnieuws lezen door hun nieuwslezer(s). Toch bestaat dit onderscheid bij de VRT en hoort daarmee rekening te worden gehouden in het radiolandschap.
VRT Nieuws/Sporza zakte door de jaren, maar is een constante blijver. Radio 1 is dat niet. Een goede middenmoot in 2003 en 2004, compleet verdwenen in 2005. Radio 2 gaat van middenmoter naar subtopper in 2005. Studio Brussel herlanceert haar succes van drie jaar geleden. Donna wou eindelijk meespelen in 2004, doch zakt weer weg in 2005.
Q-Music telde niet mee in 2003, piekte in 2004, doch zakte toch weer in 2005. Er zijn de ‘andere’. Niet–bestaand in 2003, goed voor 13% van de winnaars in 2004, zelfs 33% in 2005. Wie zijn ze? Nieuwkomer Crooze FM in 2004. Radio Babe Liv Van Aelst (Be One), website Crooze FM en radioflop VB6015 in 2005. Deze laatste is natuurlijk geen verrijking in uw keuzes, een flop is eerder een bewijs van hoe het niét moet. De kiezer heeft altijd gelijk, dat zeggen de politieke heethoofden achter de tot flop gekozen omroep toch zélf?
WIE HOUDT HET VRIJEN HET BEST VOL?
Als alle winnaars van de afgelopen drie jaren samen worden gevoegd dan is er een verrassend eindresultaat. De ‘foutmarge’ in deze vergelijking ligt waarschijnlijk in het vergelijken van categorieën die niet elk jaar bestonden. Toch is hier een vergelijking op de jaarlijkse eindresultaten.
VRT Nieuws/Sporza is de meest regelmatige winnaar uit de Radio Awards. Studio Brussel is een blijver die hen behoorlijk beconcurreert. Radio 2, Q-Music en de ‘Andere’ volgen op een beetje afstand. Radio 1 heeft heel wat terrein moeten prijsgeven ten opzichte van 2003, Donna haalt datzelfde niveau slechts na een up in 2004 en een down in 2005.
DE BLOTE TOEKOMST
De afgelopen drie jaren waren de RadioVisie Radio Awards een momentopname. Een eenmalige verkiezing per jaar. Eerdere commentaren noemden daarin al de ‘aai’-factor. Het momentum van de betrokkene. Als radio ‘vrijen in het donker is’ dan herinneren we ons waarschijnlijk het best het moment van het laatste ‘klaarkomen’. Geen probleem, maar de duurzaamheid van een radiorelatie mag ook een kans krijgen.
RadioVisie zal daarom dit jaar tussentijdse verkiezingen organiseren, een préselectie per kwartaal. Noem het gerust de ‘periodekampioenen’. De resultaten van de vier kwartalen geven dan het eindresultaat. U kiest voortaan dus viermaal, niet langer éénmaal! Praise the Lord?
Voor wat betreft de positieve manipulatie van stemmen (de plaatselijke ‘vriendendiensten’) is dat ook een goede zaak. Uw – tijdelijk of niet - emailadres is dan viermaal bekend, niet éénmaal maar viérmaal controleerbaar.
De ‘aaibaarheid’ is eveneens viermaal meetbaar. Wie zich in moderne communicatie én het vluchtige van deze moderne westerse (radio)wereld geroepen voelt om snel de held uit te hangen zal dat minstens vier keer moeten doen. De cijfers van de RadioVisie Radio Awards tonen ook veelvuldig de continuïteit van toekomstige winnaars én blijvers. Toch willen de Radio Awards 2006 elk risico vooraf vermijden.
Ik wens u viermaal succes in 2006! Ik hoop tevens dat de Raad van State dat ook voor alle radiokandidaten zal (her)bevestigen morgen. Velen van mijn vroegere radiocollega”s zijn niet meer actief. Waarom ook. Zij zullen niet in de Radio Awards 2006 worden gekozen. Zij hadden nochtans ‘the spirit of 79’. Het mediabeleid mag die spirit vandaag ook hebben. Eindelijk wél, volgens mij. Walen zijn geen vijanden, wij kunnen die aan en verslaan. Wie dat niet ondersteunt is géén vechter zoals toen.
Met dank aan : Hugo van Vlaenderen